Legendarisch Album: U2- The Joshua Tree (1987)

Op 9 maart 1987 kwamen de vier Irishmen met hun vijfde studioalbum. Deze plaat vormde een muzikaal keerpunt in de muzikale carrière van U2: The Joshua Tree werd het ijkpunt van hun rocksound zoals de hele wereld die kent: bombastische composities en veel Delay op de gitaar van The Edge. Reden te meer om deze belangrijke dag voor de muziek nog eens te gedenken. 

De 3JS zijn niet de enige artiesten voor wie The Joshua Tree een muzikale openbaring is geweest. Ook U2 heeft het op albumgebied nooit meer zo'n enorm succes gehad. Dat hebben ze niet alleen aan hun eigen talent te danken, maar ook aan de producers.

Hoeveel meesterwerken zijn er niet uit de studio van producer Brian Eno gekomen? Van Coldplay en Talking Heads tot James Blake, ze hebben allemaal met hem samengewerkt. En dus ook U2! Hoewel de band zelf al het componeerwerk heeft gedaan, was het Eno die met het idee kwam om een gospel-achtige koorpartij te verwerken in I Still Haven't Found What I'm Looking For. Brian produceerde het album echter niet in zijn eentje. De andere helft van het productie was in handen van Daniel Lanois, de beroemde folk en countryproducer bekend van zijn samenwerking met Bob Dylan en Willie Nelson. 

Bono koos niet zomaar voor Lanois, want op The Joshua Tree komen veel Americana-invloeden naar voren. Luister maar eens naar het akoestische lied Running To Stand Still, met een slidegitaarpartij waar ze in het Zuiden van de Verenigde Staten ook niet vies van zijn. 

Het dertigjarig jubileum van de plaat was vorig jaar, maar nog The Joshua Tree klinkt nog altijd even vernieuwend en fris. Gelukkig is U2 nog lang niet klaar met optreden. 

 

Beeld: Instagram alternate.entertainment

Huub van der Lubbe bekroond als beste tekstschrijver

Ik wou dood. Ik wou begraven. Met veel bloemen en bezoek. En opeens stond zij daar voor me en schopte haar schoenen in de hoek (Binnen Zonder Kloppen 1998). Voor deze en nog veel meer bijzondere liedteksten heeft zanger Huub van der Lubbe van De Dijk gisteravond de Lennaert Nijgh prijs gewonnen. Met deze award betreedt de geboren Amsterdammer de eregalerij van Nederlandstalige tekstschrijvers, samen met onder andere Herman van Veen en Frank Boeijen.

De frontman van een van de grootste bands van Nederland is blij met de prijs, maar wil ook weer niet teveel eer opeisen. Van der Lubbe: "Ik had die erkenning voor mijn teksten natuurlijk nooit gekregen zonder de geweldige muziek die de jongens van De Dijk er bij maken."  

De teksten die Huub heeft geschreven voor zijn band zijn beeldend, maar tegelijkertijd rauw en soms zelfs ietwat aggressief. Bommen voor de vrede. Leugens om het geld. En wij moeten betalen. Ook al had je niets besteld (Dansen op de vulkaan 1987). In songs als Ik kan het niet alleen en Als ze er niet is weet hij de eenzaamheid en wanhoop zo goed te schetsen, dat je je er soms zelf ongemakkelijk bij gaat voelen. Alleen een groot tekstschrijver kan dat bereiken. 

Sommige poëtische bevindingen van De Dijk werden niet zo gewaardeerd. Zo keurde de TROS de teksten "Ik krab wat aan mijn kont" en "Ik speel wat op mijn fluit" uit Bloedend Hart niet goed, waarna de band wat familievriendelijke aanpassingen moest maken (Ik krab wat aan mijn hond...)

Momenteel toert Huub van der Lubbe langs de theaters met zijn eigen soloshow, waarin hij muziek maakt en verhalen vertelt over de liedjes die hem inspireerden om rockster te worden. 

beeld: Instagram reneschiks

Doe Maar bestaat veertig jaar en gaat weer op tournee!

Het is misschien wel de grootste Nederlandstalige band uit onze geschiedenis: Doe Maar. De reggae/skagroep onder leiding van bassist/zanger Henny Vrienten en toetsenist Ernst Jansz viert dit jaar zijn veertigjarig jubileum. Tijd voor een reünie dus! De nieuwe clubtour Er Verandert Nix begint in oktober in Zwolle en eindigt met twee concerten in Carré. 

Dit keer geen Pinkpop en Ziggo Dome, maar kleinere intieme zaaltjes. Ook deze venues zijn bekend terrein voor de mannen van Doe Maar. Vrienten: “We begonnen samen in clubjes en het is een onwaarschijnlijk voorrecht om diezelfde clubs 40 jaar later weer aan te doen.”

Henny heeft het druk dit jaar, want naast deze onverwachte reunie van zijn hoofdproject Doe Maar, tourt hij ook door Nederland met zijn supergroep De Vreemde Kostgangers, samen met Boudewijn de Groot en George Kooymans. Ook Ernst Jansz is nog altijd actief op sologebied. Zo bracht hij vorig jaar nog het soloalbum De Neerkant uit, over zijn leven in het Brabantse dorpje Neerkant. Tijdens de shows van Er Verandert Nix gaat het daarentegen weer om de monsterhits die Doe Maar in haar relatief korte jaren 80 periode heeft gescoord.

 

Goed nieuws: Soundz Magazine geeft de nieuwe verzamelset van The Golden Years Of Dutch Pop Music met de beste muziek van o.a Doe Maar. Meedoen kan hier.

 

De kaartverkoop voor de clubtour van Doe Maar begint op vrijdag 2 maart om 10:00. 

Beeld: Instagram hennyvrienten

Fotoreportage: Simple Minds in Paradiso

De Schotten van Simple Minds zijn teruggekomen naar Nederland voor een concert in Paradiso, ter ere van hun nieuwe album Walk Between Worlds. Concertfotograaf Sebastiaan van Denzel heeft de show vereeuwigd op deze foto's. Zo ging het eraan toe bij de show van Jim Kerr en zijn bandmaten.

In de nieuwe Soundz lees je een uitgebreid interview met Jim Kerr over de revival van zijn band Simple Minds en de connectie met zijn thuisstad Glasgow.

 

 simple minds 2

 

simple minds 4

 

simple minds 3

 

simple minds 5

 

simple minds 6

 

simple minds 7

Fotocredit: Sebastiaan van Denzel

Uitgelichte nummer 1-hit: December, 1963 (Oh, What A Night)

Op 21 februari 1976 stond het lied op nummer 1 van de Amerikaanse en Engelse hitlijsten en op plaats drie in Nederland. Zoals veel artiesten in die tijd, was ook de doowop-groep The Four Seasons overgestapt op de nieuwe muziekhype: disco. Het gaat natuurlijk om de klassieker December, 1963 (Oh, What A Night).

In tegenstelling tot een hoop andere bands die zich aan de disco waagden, slaagde de groep uit New Jersey er met dit lied wel in een monumentale dansplaat neer te zetten die het nog altijd goed doet op elk feestje. Het bijzondere van de single is dat de frontman van de groep, Frankie Valli, maar een paar regeltjes zingt.

De leadpartij wordt namelijk gezongen door drummer Gerry Polci, die toentertijd enorm de blits maakte door tegelijkertijd te zingen en drummen. Zingende drummers zijn natuurlijk niet ongewoon (Ringo Starr en Phil Collins doen het continu), maar discoritmes zijn door de backbeat een stuk lastiger om overheen te zingen.

Door de spannende songtekst, die gaat over de allereerste erotische ervaring van een jongen met een meisje, denken veel mensen dat het nummer iets te maken heeft met prostitutie. Dit is niet het geval, omdat het simpelweg gaat over de ‘eerste keer’ van toetsenist Bob Gaudio met zijn vrouw Judy. Ondanks dat de achtergrond van het lied bekend is, kan iedereen er gelukkig alsnog zijn eigen interpretatie aan geven.

De disco bereikte zijn absolute hoogtepunt in 1977, toen de hitfilm Saturday Night Fever ervoor zorgde dat iedereen het genre kende. Het bekendste nummer uit de film is natuurlijk Stayin’ Alive van The Bee Gees, wat voor de jongere generatie hét symbool voor de disco is geworden. Toch waren The Four Seasons eerder met hun liedje, dat uiteindelijk hun laatste nummer 1-hit zou worden.

Vergeten hoe December, 1963 (Oh, What A Night) ook alweer ging? Hier luister je hem.

 Beeldbron: Instagram the.four.seasons