Ik wou dood. Ik wou begraven. Met veel bloemen en bezoek. En opeens stond zij daar voor me en schopte haar schoenen in de hoek (Binnen Zonder Kloppen 1998). Voor deze en nog veel meer bijzondere liedteksten heeft zanger Huub van der Lubbe van De Dijk gisteravond de Lennaert Nijgh prijs gewonnen. Met deze award betreedt de geboren Amsterdammer de eregalerij van Nederlandstalige tekstschrijvers, samen met onder andere Herman van Veen en Frank Boeijen.

De frontman van een van de grootste bands van Nederland is blij met de prijs, maar wil ook weer niet teveel eer opeisen. Van der Lubbe: "Ik had die erkenning voor mijn teksten natuurlijk nooit gekregen zonder de geweldige muziek die de jongens van De Dijk er bij maken."  

De teksten die Huub heeft geschreven voor zijn band zijn beeldend, maar tegelijkertijd rauw en soms zelfs ietwat aggressief. Bommen voor de vrede. Leugens om het geld. En wij moeten betalen. Ook al had je niets besteld (Dansen op de vulkaan 1987). In songs als Ik kan het niet alleen en Als ze er niet is weet hij de eenzaamheid en wanhoop zo goed te schetsen, dat je je er soms zelf ongemakkelijk bij gaat voelen. Alleen een groot tekstschrijver kan dat bereiken. 

Sommige poëtische bevindingen van De Dijk werden niet zo gewaardeerd. Zo keurde de TROS de teksten "Ik krab wat aan mijn kont" en "Ik speel wat op mijn fluit" uit Bloedend Hart niet goed, waarna de band wat familievriendelijke aanpassingen moest maken (Ik krab wat aan mijn hond...)

Momenteel toert Huub van der Lubbe langs de theaters met zijn eigen soloshow, waarin hij muziek maakt en verhalen vertelt over de liedjes die hem inspireerden om rockster te worden. 

beeld: Instagram reneschiks