Steven Wilson: legende van de progrock

wilson 2In de loop der jaren heeft Steven Wilson (50 lentes jong) als singer-songwriter, producent én frontman een keizerrijk opgebouwd waar de meeste artiesten een puntje aan kunnen zuigen. Als muzikaal leider van proggigant Porcupine Tree veroverde hij de harten van miljoenen mensen, maar ondertussen heeft zijn solocarrière een dergelijke legendarische status gekregen. Zijn uitverkochte show in AFAS Live onderstreept dat we hier te maken hebben met een van de grootste muzikale geniën van deze tijd.

tekst: Sebastiaan Quekel

Dat zou ook zonder zijn shows het geval zijn. Werkelijk ieder album van deze Britse proggod is een schot in de roos, waarvan zijn laatste (To The Bone) misschien wel de geschiedenis zal ingaan als zijn magnum opus. Wilson kan dan ook op een staande ovatie rekenen als hij vroeg in de set verklapt dat hij zijn laatste geesteskind bijna in zijn geheel in Amsterdam zal opvoeren.

Twee uur en veertig minuten klokt het concert dan ook, maar Wilson gaat er als een speer doorheen. Op setopener To the Bone smeedt de bebrilde Brit alles samen wat hem al jaren tot hét gezicht van de hedendaagse progressieve rock maakt. Een harstochtelijk lied waarin Wilson veel belangrijke thema’s aansnijdt. Zelf weet Wilson als geen ander dat zijn muziek vaak zwaar beladen is. ,,Maar hey”, lacht de Engelsman. ,,Jullie zouden hier niet staan als jullie niet van sombere muziek hielden. Toch?”

En zo is het maar net. Wilson hoeft maar één woord te fluisteren of één snaar op zijn ‘gloednieuwe gitaar’ aan te slaan, en de AFAS luistert ademloos. Het ontroerende Pariah, een duet met zangeres Ninet Tayeb, werpt zich al snel op als een van de eerste hoogtepunten. Ze is er zelf niet bij, maar dat lost Wilson heel slim op door haar gezicht levensgroot op een doorzichtige sluier te projecteren. En dan volgt die uithaal met die prachtige muzikale uitbarsting: duimendik kippenvel.wilson 1

 

De show in Amsterdam blijft continu tot in de puntjes verzorgd. Het podium is zo ingericht alsof Wilson bij ons in de huiskamer staat te spelen. Tegelijkertijd brengt de Engelsman visueel zijn meest indrukwekkende show in zijn loopbaan. Achter de muzikanten springt een groot scherm direct in het oog, waarop stemmige beelden en delen van cartoony videoclips getoond worden. Later in de show keert de (prachtige!) doorzichtige vitrage tijdens meerdere nummers terug, zoals in Song of I, waar een vrouwelijke danser zich om Wilson lijkt heen te dartelen. Net een hologram.

De verpletterende metalriffs in Home Invasion, de funky basmelodieën en psychedelische gitaarsolo’s in Porcupine Tree-nummer The Creator Has a Mastertape, de ingetogen en beeldschone piano in Refuge: met de zeer veelzijdige setlist vallen de bezoekers van de ene verbazing in de ander. Wat vooral beklijft is misschien wel het beste nummer dat Porcupine Tree ooit heeft gemaakt: het bloedstollend mooie en retespannende Arriving Somewhere but Not Here. Een dertien minuten durende achtbaanrit waarin Wilson en zijn muzikanten zichzelf weten te overtreffen, voor zover dat deze avond nog kan.

En wat blijft het een voorrecht om Wilson – helemaal in zijn element – bezig te zien. De beste man is alweer vijftig, maar staat met net zo veel bezieling en passie op de bühne als in de Porcupine Tree-jaren. Met strakke handgebaren dirigeert hij de muzikanten en als een nummer tot uitbarsting komt zwiept hij vurig met zijn lokken. En, niet te vergeten, blijft het een bijzonder leuke vent.

Honderduit vertelt Wilson verhalen over vroeger, over zijn voorliefde voor ABBA en Prince en hoe die popartiesten zijn laatste album gevormd hebben. Het levert zelfs een bijzonder moment in de show op. Tijdens Permanating – een feestnummer dat zo op de radio gedraaid kan worden – doopt hij de AFAS Live even om tot een discotheek. En hij komt er nog mee weg ook.

Toch bewaart Wilson het allermooist voor het laatst. ,,Dit is misschien wel het beste nummer dat ik ooit heb geschreven”, vertelt hij, en daar kan hij nog wel eens gelijk in hebben ook. Wanneer de eerste donkere pianotoetsen door de zaal galmen en Wilson de eerste zinnen fluistert, weten de mensen het. The Raven that Refused to Sing, bijna mooier kan muziek niet zijn, en bijna mooier kan deze muziekreis van bijna drie uur niet beëindigd worden. Wat een avond.  

Charles Aznavour nog steeds troonwaardig

De 93-jarige Charles Aznavour, wordt door velen ook wel de ‘Franse Frank Sinatra’ of één van de grootste singer-songwriters allertijden genoemd. Aznavour heeft dan ook meer dan 1200 chansons geschreven. Daarnaast heeft hij sinds 2017 zijn eigen ster op de Hollywood ‘Walk of Fame’ en heeft hij in meer dan 60 films gespeeld. Een ware legende in de AFAS Live vanavond dus.

Voordat Monsieur Aznavour opkomt, terwijl het publiek al opstaat voor een staande ovatie, gaan velen nog even langs de bar voor een mini-flesje wijn. Vooral de geur van rode wijn dwarrelt sterk door de zaal. Een keertje wat anders dan de standaard bierlucht tijdens pop-en rockconcerten. Nee, dit is een sophisticated publiek.

Charismatisch

Tijdens het gehele concert staat er een volgspot op Aznavour, die hem spierwit laat lijken, vooral in contrast met de warme lichten achter hem, maar desondanks heeft hij nog steeds een warmhartige, vriendelijke uitstraling. De uit Parijs afkomstige, van origine Armeense Charles, vertelt na de opening met ‘I Didn’t See The Time Passing’ over de verschillende talen die hij spreekt: van Frans, Italiaans tot Russisch. Hij kiest ervoor Frans te spreken. De Franssprekende lachen luidt om de charismatische grapjes die hij tussendoor maakt en om de dingen die hij vertelt. De rest lijkt geconcentreerd, op het herkennen van woorden die bij hen in de Franse les lang, lang geleden weleens voorbij zijn gekomen, om het een beetje te volgen.

On y va

Samen met zijn dochter Katia, een van de achtergrondzangeressen, zingt hij al vrij aan het begin ‘Paris Au Mois D’aôut’. Bijzonder. Naderhand worden er door twee fans bossen bloemen overhandigd. Charles grapt dat dit ‘meestal pas aan het einde gebeurt’. Ook dan krijgt hij nog wat exotisch uitziende bossen. ‘On y va’, we gaan verder, zegt Charles. Af en toe verandert het podium even in een filmset waar Charles plaatsneemt op zijn regisseursstoel. Terwijl hij zingt over een baan in een vreemde bar, waar hij nude from head to toe is after stripteasing (‘What Makes A Man’) trekt hij toepasselijk zijn zwarte colbert uit waardoor zijn rode bretels op zijn donkerblauwe blouse zichtbaar worden.

Koning van de Franse chansons

Wanneer hij tegen het einde aankondigt ‘She’ te gaan doen, begint het publiek flink te klappen. Charles schuifelt tijdens het nummer op het podium, met zijn rug naar het publiek gekeerd, terwijl hij in een omhelzing met zichzelf is. Daarna volgen ‘Ave Maria’,‘Hier Encore’ en ‘La Bohème’. Het publiek luistert het hele concert met volle aandacht en hier en daar dansen wat hoofden mee op de muziek. Ondanks dat Charles zijn stem niet altijd de hoge tonen meer haalt, weet hij het publiek alsnog diep te raken. Hij is en zal altijd de koning van de Franse chansons blijven.

Tekst: Luca de Louw

 

The Killers: Ziggo Dome

Het kan raar lopen in popland. Een paar jaar terug was The Killers de meest belovende band in het circuit. Maar na een wat tegenvallend album kwam de groep in een licht neerwaartse spiraal terecht. Dat is jammer want de groep rondom zanger Brandon Flowers heeft genoeg kwaliteiten om een vaste waarde te blijven.

Gisteravond speelden de mannen uit Las Vegas in een bijna volle Ziggo Dome. Dat is op zich goed nieuws want de twee laatste albums van de band waren geen succesnummers. Probleem is dat de rijen binnen The Killers niet meer gesloten zijn. Zo misten we gisteren zowel gitarist Dave Keuning als bassist Mark Stoermer op het podium. Dat zegt eigenlijk alles over de huidige coherentie binnen de formatie. Flowers uitte na twee geflopte soloplaten de nodige kritiek op alles en iedereen maar juist zijn solotrip heeft The Killers weinig goeds gedaan.

killers plaatje

 

Dat bleek ook wel in de Ziggo Dome. De band draait eigenlijk nog maar om twee personen: Flowers en de charismatische drummer Ronnie Vannucci. De twee huurlingen deden het overigens prima maar konden niet verhullen dat de band wellicht op zijn laatste benen loopt. De band had altijd twee speerpunten als munitie. De schelle, hoge stem van Flowers en een catalogus aan prima songs. Die songs werden gisteren bijna allemaal gespeeld. Vooral de nummers van Hot Fuss, toch de beste plaat van de band, werden in het zonnetje gezet. Na de opener Run For Cover kwamen de hits en concertlievelingen allemaal in slagorde voorbij. Daarbij valt op dat het nieuwe materiaal van de laatste plaat Wonderful Wonderful prima weet te beklijven. Een nummer als The Man doet bijvoorbeeld niet onder voor de classics.

Maar het publiek ging zich toch pas vooral roeren bij tunes zoals Human, Spaceman en Somebody Told Me. Dat tussendoor ook nog Romeo And Juliet van Dire Straits van stal werd gehaald, was een prima zet. De drumsolo van Vannucci met behulp van 2 fans bleek echter totaal overbodig.  Nog storender was de stem van Flowers die meer dan eens oversloeg.  Wat echter het meest zorgen baarde was de enigszins routinematige vertoning van een band die zich snel zal moeten herpakken om die belofte van weleer toch echt in te lossen.

Jean-Paul Heck

Fotocredit: Rob Loud

Van Velzen en Blokhuis imponeren

roel 2Dat Roel van Velzen een groot Queen-fan is mag wel duidelijk zijn. Maar dat hij nu onder de naam Queen - A Night At The Theatre samen met verteller en counterpart Leo Blokhuis een volledig programma opvoert is bijzonder. Afgelopen vrijdag was de première in het DeLaMar Theater in Amsterdam.

 

Tekst: Jean-Paul Heck

Foto’s: Paul Bergen

Queen en theater gaan goed samen. De uiterst succesvolle musical We Will Rock You bewijst dat al decennia. Maar het Queen-verhaal in een persoonlijk jasje gieten is toch wel van een andere orde. Dat is precies wat Van Velzen en Blokhuis in A Night At The Theatre doen. Het is de ontmoeting tussen twee generaties Queen-fans in woord en muziek. Waar Van Velzen met zijn 39 jaar fan werd in de tijd dat de Engelse superband goede sier maakte met synthesizers geladen hits, daar is Blokhuis (56) een man van de oude stempel. Hij groeide op met de klassieke Queen-platen zoals Queen II, Sheer Heart Attack, A Day At The Races en natuurlijk A Night At The Opera. De periode dat Queen uitblonk in bombast zonder ook maar één keer terug te vallen op synthesizers of keyboards. Deze tegenstelling vormt de basis van het theaterstuk waarbij als rode draad de opbouw van Bohemian Rhapsody doorheen loopt. Dat lijkt een inkoppertje maar aan de hand van de vileine regie en het uiterst originele script van regisseur Bavo Galama weet de show wel twee sets lang te beklijven. 

roel 3

Daarbij valt vooral de chemie tussen Van Velzen en Blokhuis op. Waar de zanger een beter acteur en cabaretier in de dop is, daar blijft Blokhuis dicht bij zichzelf. Zijn religieuze opvoeding gevoed met kerkelijke muziek, brachten hem bij Queen. En dat hij juist Killer Queen als één van de beste liedjes van Freddie Mercury durft te bestempelen, is een rake constatering. Sowieso is de keuze van het songmateriaal in het eerste bedrijf raak. Opvallend daarbij is de aandacht voor de songs van de destijds haast onzichtbare bassist John Deacon. Spread Your Wings wordt door Van Velzen prachtige gezongen en op piano gespeeld. Zo ook You’re My Best Friend, nog zo’n meesterlijke compositie van Deacon. Het wat meer ingetogen repertoire van de band komt in het theater overigens toch beter tot zijn recht dan het rock-repertoire van Queen. Neem bijvoorbeeld de toch wel redelijk drakerige ballade Too Much Love Will Kill You waar gitarist Brian May als solist zoveel succes mee had. Van Velzen weet er in dit stuk een fabelachtige draai aan te geven en dicht bij de ooit door Mercury gezongen versie te komen.

roel 1 def

De hand van Galama is duidelijk te zien in de acteurstukjes waarbij hij ook gebruikt maakt van de drie bandleden van Van Velzen. Zo speelt gitarist Xander Hubrecht de rol van rechter zeer verdienstelijk. Hij moet, samen met het publiek, beslissen of de door Van Velzen geopteerde compositie Radio Ga Ga of het door Blokhuis aangedragen Tie Your Mother Down gespeeld moet worden. Natuurlijk kiest het publiek dat natuurlijk grotendeels bestaat uit ‘die hard’ Queen-fans voor de springerige rocksong. Ook mooi in de show is dat er niet alleen wordt geput uit de classic hits maar ook het jazzy-vaudeville nummertje Good Company met wasbord, ukelele en Blokhuis op de grote trom in een jolige versie voorbijkomt. Sluitstuk is de ontrafeling van Bohemian Rhapsody waarbij Van Velzen al pratend en zingend naadloos uitlegt hoe het koorwerk tot stand kwam. Dat hij de show afsluit met zijn favoriete Mercury-song Love Of My Life is meer dan een kers op de taart. Het maakt van A Night At The Theatre een heerlijke en eerlijke voorstelling. Of zoals de heren de nalatenschap van de zanger zelf benoemde: onbeschaamd mooi.

Stereophonics maken korte metten met january blues

De Welshe band Stereophonics bracht in oktober 2017 hun tiende studioalbum ‘Scream Above The Sounds’ uit. In Groot-Brittannië staan ze met zes nummer-1 albums in de voetstappen van The Beatles, Led Zeppelin en U2. Inmiddels zijn ze sinds hun eerste album ‘Word Gets Around’ (1997) al twintig jaar in de running. Ter ere van de eerste tien jaar werd het compilatiealbum ‘Decade in the Sun’ uitgebracht. Vanavond, zaterdag 27 januari, laten ze in AFAS Live zien waar de twee decennia in de zon toe hebben geleid. 

Van punkrock naar dromerige indie

Het publiek is onwijs gemêleerd; er valt niet echt een stempel op te drukken. Misschien dat het komt door de verschillende muziekstijlen die de Stereophonics de afgelopen jaren hebben aangesneden: van punkrock, sleazy Rock ’n Roll, blues, naar dromerige indie en weer terug. Het publiek zou misschien wél omschreven kunnen worden als de ‘working class’, evenals de origine van de van oorsprong uit Wales-afkomstige (Cwmaman) hoofdact Stereophonics.

Energieboost

Een paar minuten voor negen betreedt de band, op de intro van ‘Chances Are’, het podium in een nog donkere zaal. Vooraan in de menigte wordt meteen de Welshe vlag omhooggehezen. Er wordt flink geklapt en gejuicht. Na anderhalve minuut zorgen de strakke gitaarriffs van frontman Kelly Jones voor een inleiding naar een indrukwekkend samenspel tussen licht, geluid en gave visuals achter de band, wat de rest van de show ook zo blijft aanhouden. Yes! Daar is ‘ie dan: de broodnodige vitamine-D.

Weg met de january blues!

Stereophonics speelt een gefocuste, stevige, daarentegen weinig verrassende, maar stabiel wel een hele goede set. Bijna twee uur lang spelen ze een mix van nummers van het nieuwste album en oudere albums zoals Performance And Cocktails (1999) en Keep The Village Alive (2015). Tegen het einde gaat vooral de Welsh-Britse-crew, rondom de Welshe vlag, helemaal wild op nummers als ‘Thousand Trees’ en ‘The Bartender And The Thief’. Ten slotte ook op de toegift van ‘Mr And Mrs Smith’ en het nummer dat in 2005 voor de doorbraak van de band zorgde: ‘Dakota’. Na dit concert lijken de wolken boven de Afas Live samen met de ‘january blues’ plaats gemaakt te hebben voor flink wat zonnestralen.

Binnenkort lees je in het nieuwe Soundz-magazine o.a. een interview met Sterophonic’s frontman Kelly Jones en bassist Richard Jones.

Tekst en beeld: Luca de Louw

 

Zoeken

Laatste concertverslagen